Archief Kennisnet Leerlingzorg
Krassende leerlingen
Auteur: drs. Rinie Roosenboom-van Seters Voor het laatst gewijzigd op: 25 september 2008
Drs. Rinie Roosenboom-van Seters is werkzaam op Gymnasium Bernrode in Heeswijk als vertrouwenspersoon, leerlingbegeleider en zorcoördinator. Zij studeerde af als coach en counsellor op het onderwerp automutilatie en schreef hierover een boek. Zij begeleidt leerlingen die automutileren.
Iedere school kent ze: leerlingen die zichzelf (be)krassen of snijden. Zij doen zichzelf met opzet pijn, verwonden of beschadigen zichzelf. De meest voorkomende vormen zijn krassen, snijden, branden, krabben of het slikken van een overdosis. Vooral meisjes en vrouwen snijden. Ze beginnen er vaak mee in hun puberteit en het stopt of wordt minder als zij midden dertig zijn. Dit gedrag kan te maken hebben met traumatische ervaringen in hun jeugd, zoals lichamelijk, seksueel of zwaar emotioneel misbruik. Het kan ook verband houden met recente gebeurtenissen en ervaringen. Zelfbeschadiging is een reactie op negatieve, moeilijke emoties. Leerlingen die snijden hebben niet geleerd op een adequate manier daar mee om te gaan. Het is een overlevingsstrategie. Het is bijna nooit een poging tot zelfdoding.
Er zijn verschillende redenen aan te wijzen waarom leerlingen gaan snijden:
- Zichzelf verwonden werkt als een uitlaatklep voor emotionele spanning.
- Na afloop van het snijden is er een gevoel van rust en vrede.
- Het is een soort boetedoening voor meisjes die zich slecht en schuldig voelen door seksueel misbruik.
- Fysieke pijn zorgt ervoor dat zij de emotionele pijn minder voelen.
- Als zij zich beschadigd hebben, verdienen zij het als het ware om zichzelf te verwennen.
- Snijden kan een gevoel van dissociatie oproepen, wat maakt dat zij de pijn en spanning niet voelen. * Als zij in een toestand van dissociatie zijn – als ze geen contact met hun lichaam en het hier en nu hebben – kan snijden hen terugbrengen in hun lichaam.
- Wat we op het moment in het voortgezet onderwijs ook veel zien is dat leerlingen hun identiteit ontlenen aan zichzelf beschadigen. Zij willen lid blijven van een groep die snijden ziet als “cool vet”.
Ook snijden leerlingen uit solidariteit met hun vriendinnen die het moeilijk hebben.
Signalen Snijden werkt als een verslaving en daarom is het moeilijk ervan af te komen. Leerlingen die snijden verbergen meestal hun wonden uit schaamte. Zij zijn zich ervan bewust dat dit gedrag niet sociaal geaccepteerd is. Dat maakt het voor werkenden in het onderwijs moeilijk te signaleren dat leerlingen snijden. Toch zijn er signalen. Zo zijn er meisjes die altijd shirts met lange mouwen dragen als het heet is. Ze gaan niet zwemmen en proberen onder de gymlessen uit te komen. Soms dragen ze veel armbandjes over hun polsen. Sommigen vertonen teruggetrokken gedrag, anderen gaan de clown uithangen. Soms kelderen hun cijfers, hun concentratievermogen in de klas kan sterk verminderen. Ook als leerlingen zichzelf gaan verwaarlozen of ineens sterk vermageren kan er sprake zijn van zelfbeschadiging.
Het is erg belangrijk zo snel mogelijk te signaleren. Want hoe eerder wordt opgemerkt dat een leerling snijdt, hoe groter de kans dat ze kan stoppen met dit gedrag. Als een docent zelf niet weet hoe hij een gesprek met een leerling die zichzelf verwondt aan kan gaan, is het verstandig dat hij zo een leerling doorverwijst naar mentor, leerlingbegeleider, vertrouwenspersoon of zorgteam.
Bij een vermoeden van zelfverwonding actie ondernemen Als een docent het vermoeden heeft dat een leerling zichzelf verwondt, is het noodzakelijk dat hij actie onderneemt en het niet negeert. Iedere leerling die zichzelf beschadigt heeft het verschrikkelijk moeilijk. Er zijn altijd serieuze, onderliggende redenen waarom zij snijdt.Het is van het grootste belang haar in haar gevoelens te erkennen. Anders voelt zij zich niet gezien en begrepen. Dit kan weer een aanleiding zijn tot ernstiger beschadiging.
Wie contact opneemt met de leerling, moet in staat zijn een sfeer van vertrouwen en veiligheid te creëren. Hij moet de juiste snaar weten te raken. Want praten over een geheim is heel zwaar. Behalve de basale gespreksvaardigheden heeft een begeleider vooral een innerlijke houding nodig die uitstraalt dat hij meeleeft en meevoelt. Leerlingen willen dat een begeleider hen in hun waarde laat en niet oordeelt. Leerlingen vinden echte belangstelling en een luisterend oor het allerbelangrijkste in hun contact met anderen. Om hun geheim te kunnen vertellen is het noodzakelijk dat ze zich onvoorwaardelijk geaccepteerd voelen en niet meteen beoordeeld worden.
Het is belangrijk dat degene die de gesprekken voert met de leerling, onderscheid kan maken tussen de onderliggende problematiek van de zelfbeschadiging en de reactie van de leerling daarop, haar gedrag. Als hij besluit tot verwijzen is het essentieel de leerling te laten merken dat hij haar niet in de steek laat. Hij moet haar duidelijk maken dat hij niet deskundig genoeg is om haar echt te helpen. Gaat het om een psychiatrische stoornis, dan moet de begeleider verwijzen naar de professionele hulpverlening. Als traumatische ervaringen uit haar jeugd een rol spelen, moeten die geïntegreerd worden in haar leven. Dit onderdeel hoort thuis bij de psychiater of psychotherapeut.Wat de begeleider wel kan en mag is samen met de leerling op zoek gaan naar alternatief, minder schadelijk, gezonder en meer geaccepteerd gedrag. Omdat er geen protocol voor automutilatie is, komt het er op neer dat de begeleider samen met de leerling op zoek gaat naar wat in haar geval zou kunnen werken. In ieder geval mag en kan de begeleider de leerling nooit dwingen te stoppen met snijden. Het is immers een overlevingsstrategie die haar helpt verder te gaan met leven.
Een oplossing Zodra duidelijk is wat er met een leerling aan de hand is, is het noodzakelijk de ouders op de hoogte te brengen. Het is vaak moeilijk een leerling ervan te overtuigen dat dit echt noodzakelijk is. Als zij dan eindelijk haar ouders vertelt wat er met haar aan de hand is, valt de reactie haar meestal mee en voelt zij zich opgelucht. In het gesprek met ouders, leerling en begeleider kan dan bekeken worden wat de beste oplossing voor de leerling is. Het is in feite een kwestie van maatwerk.
Wil een leerling stoppen met snijden dan is het noodzakelijk dat zij inzicht krijgt in de vicieuze cirkel waarin ze zit en dat ze ontdekt hoe ze uit de cirkel kan stappen.
Het verslavingspatroon begint op het punt van negatieve emoties, zoals boosheid, eenzaamheid en depressie. Die gevoelens roepen spanning op omdat ze niet te verdragen zijn. De enige gedachte die opkomt is snijden. Deze gedachte brengt al een zekere opwinding teweeg. De overweldigende gevoelens veroorzaken een toestand van dissociatie, dat wil zeggen de leerling raakt het gevoel met zijn lichaam en de werkelijkheid kwijt. Dit zorgt ervoor dat zij minder pijn voelt. Dan vindt het snijden plaats. Na afloop geeft dat positieve effecten: de spanning is verdwenen en de negatieve gevoelens zijn minder geworden. Er ontstaat een gevoel van opluchting en rust. Enige tijd later – en dat kan zijn na enige minuten, uren of dagen – volgen er negatieve effecten. Dat kunnen zijn gevoelens van schaamte en spijt, walging of zelfhaat, omdat zij zichzelf gesneden heeft.
Ook de oude negatieve gevoelens die de aanleiding waren tot snijden, steken de kop weer op. Dit kan weer een reden zijn om zich opnieuw te beschadigen. Zo is de cirkel weer rond.
Er zit tijd tussen de drang om te snijden en de handeling zelf. Deze tijd geeft de leerling de gelegenheid om de spanning op een andere manier te verminderen, de dissociatie een halt toe te roepen en ander gedrag aan te wenden. Vanzelfsprekend moeten leerlingen dit leren. Ze hebben er nooit aan gedacht dat ze op een andere manier met hun negatieve emoties kunnen omgaan. Hier kan een taak voor de begeleider liggen.
Een leerling die wil ophouden met zichzelf te beschadigen, moet zich bewust worden van het volgende:
- Ze moet de opgelopen spanning voor ze wil snijden herkennen. Zij kan leren de spanning op een andere manier te verminderen dan door snijden. Dit kan ze leren door middel van ontspannings-oefeningen en ademhalingstechnieken.
- Zij kan andere manieren vinden om de dissociatie op te heffen. Hiervoor zijn een aantal aardings- of grounding oefeningen heel geschikt.
- Zij moet alternatief gedrag zoeken voor snijden. Dit gedrag moet niet verenigbaar zijn met snijden. Hier zijn een groot aantal mogelijkheden zoals creatieve activiteiten, beweging, sport, SMS-sen met vrienden en vriendinnen.
Voor deze alternatieven geldt dat ze veel minder snel een gevoel van opluchting geven dan snijden. Ook de gevoelens van rust en kalmte die zelfverwonding veroorzaakt zullen in veel mindere mate aanwezig zijn. Het aanleren van ander, nieuw gedrag heeft tijd nodig en oefening.
Om een leerling het patroon van zelfverwonding te laten ontdekken is het aan te bevelen haar te laten bijhouden op een formulier wat ze denkt, voelt en doet voor zij zichzelf verwondt, tijdens het snijden en na het snijden. Laat haar ook de exacte omstandigheden noteren zoals het tijdstip, de datum en plaats en of er anderen bij zijn. Als zij weet welke situaties en gebeurtenissen haar ertoe brengen te snijden, kan zij leren deze te vermijden. Als bijvoorbeeld blijkt dat zij meestal snijdt ’s avonds rond acht uur als zij alleen op haar kamer zit, zou zij op dat tijdstip in de huiskamer TV kunnen gaan kijken, nadat zij de spanning heeft afgereageerd door op een boksbal te slaan.
Het is reuze belangrijk dat leerlingen leren inzien dat zij altijd een keuze hebben: snijden of iets anders doen. Samen met de begeleider kunnen zij op zoek gaan naar alternatieven.
Literatuur
- Gerrilyn Smith, Dee Cox en Jacqui Saradjian, Vrouwen en zelfbeschadiging, SWP 2004
- Rinie Roosenboom-van Seters, Krassende leerlingen, signaleren en begeleiden van automutilatie in het voortgezet onderwijs,Esch, Quirijn, 2006
- Tracy Alderman, The Scarred Soul, Understanding & Ending Self-Inflicted Violence, Oakland, New Harbinger publications, 1997
- Jan Sutton, Healing the hurt within, Understand self-injury and self-harm, and heal the emotional wounds, Oxford, How To books, 2005
Links
Landelijke Stichting Zelfbeschadiging
Ortho Consult
Young people and selfharm
Self-injury: You are NOT the only one
|
|