Voortgezet onderwijs  
Leerlingzorg
Kennisnet Leerlingzorg Archief

logo NVSNVL Dit artikel verscheen in 'Bij de Les', nummer 4.4
'Bij de Les' is het magazine van de NVS-NVL.

Voor het laatst gewijzigd op: 4 november 2010


De redactie van Bij de Les ging op zoek naar leerlingen met dyslexie. Hoe is het op school als je dyslectisch bent? In welke vorm uit zich dat? Hoe ga je hiermee om tijdens het leren? Welke begeleiding of faciliteiten krijg je op school? Drie eigen ervaringen uit de mond van de leerlingen zelf.

Wieteke (18) – mbo Marketing & Communicatie, examenjaar
Wieteke heeft een vorm van woordblindheid. Met lezen ziet ze kleine woordjes niet en met schrijven maakt ze fouten bij samengevoegde woorden. Op de basisschool zat ze met lezen altijd in het laagste groepje. Pas in het derde jaar van het vmbo kwam iemand op het idee haar te laten testen. Ze kreeg een dyslexieverklaring.

“Als iemand het woord boom leest, ziet-ie een boom in gedachte, maar ik zie b-o-o-m los gespeld en vorm dan daarna een boom in mijn hoofd. Dus ben ik altijd een paar seconde langzamer dan een ander. In de dyslexieverklaring staat dat ik op een computer mag werken, meer tijd krijg bij toetsen en ik mag in de opgaven woorden aanstrepen. Die verklaring heb ik dit jaar afgegeven aan het examenbureau. Met een computer lever ik overzichtelijker examenwerk af, met zelf schrijven zit ik altijd veel te krassen.

De meeste dingen moet ik zelf regelen. Bij examens neem ik bijvoorbeeld mijn eigen laptop mee en zet ik bij schrijfwerk ‘dyslexie’ boven mijn werk. Ze regelen wel van te voren dat ik extra tijd krijg, maar daar maak ik bijna nooit gebruik van. Toch is het wel prettig want het houdt je rustiger. Als ik dat niet heb ga ik afraffelen en lijkt het nergens op.

Extra begeleiding heb ik hier nooit gehad, het is ook niet nodig. Niemand kan je helpen, je moet het zelf doen. Met Engels heb ik het erg moeilijk. Samen met mijn zus heb ik privé-les genomen, dat heeft zeker geholpen. Het laatste half jaar lees ik boeken en ik merk duidelijk dat het vooruit ga, ik kan nu veel sneller lezen. Het schrijven gaat ook steeds beter. Laatst moest ik een artikel schrijven, dan vraag ik een ander het na te kijken. Zo zal ik het later, als ik werk, ook kunnen doen als dat nodig is.

Dat het vooruit gaat komt ook door het ouder worden. Je ontwikkelt je, je krijgt een grotere woordenschat en veel doen helpt ook. Ik heb er niet zo veel last van, het zijn gewoon de zwakke dingetjes van een mens.”

Naomi (17) – havo
Naomi schreef de tekst voor deze rubriek zelf: “Toen ik klein was had ik erg veel problemen om te leren lezen, in groep 3 ben ik blijven zitten omdat ik een achterstand had met lezen. Pas in groep 8 had ik alle niveaus uitgelezen, mede dankzij de hulp van mijn moeder. Maar mijn problemen waren toen nog niet over, het ging nog steeds niet heel goed. In groep 8 heb ik op school met iemand gewerkt om te kijken of ik dyslexie had. Uit dit onderzoek kwam dat niet heel duidelijk naar voren. Op de Passie heb ik tot de vierde klas moeten wachten tot ik mijn dyslexieverklaring kreeg, maar daarvoor was het bij verschillende leraren bekend dat ik dit misschien had en kreeg ik soms extra tijd voor het maken van mijn toetsen. Als ik stof moet leren voor mijn toets, begrijp ik niet altijd na één keer lezen wat ze proberen te zeggen. Dat is erg lastig, want dan moet ik de stof een aantal keer goed doornemen om de stof goed te begrijpen.

Als de informatie in mijn hoofd komt, komt het er in stukjes uit bij de toets. Alle informatie zit zeg maar allemaal door elkaar in mijn hoofd. Dit bleek uit het dyslexieonderzoek en dat vond ook mijn begeleider die mij daarna een halfjaar begeleidde om te kijken of ik echt dyslexie had en hoe ik met mijn leerprobleem om moest gaan.

Toen ik de begeleiding kreeg kwam ik erachter dat als ik dingen in plaatjes teken, zeg maar wat er staat, begrijp ik het meer en als ik naar het plaatje kijk dan kan ik vertellen waar het plaatje overgaat, en zo begrijp en onthoud ik het ook beter. Als ik thuis ben, lees ik niet veel boeken maar ben ik overgegaan op de daise-speler. Nu kan ik ook naar mijn boeken luisteren en dit werkt veel relaxter.

In het begin heb ik niet veel hulp gehad van school, want van mijn moeder had ik gehoord dat ze me niet eens wilden geloven dat ik dyslexie had omdat ik goede cijfers had. Die cijfers haalde ik dankzij mijn instelling, want ik heb geleerd om hard te werken en dit begon al in groep 3. Ik ben wel blij dat ik in de vierde eindelijk een dyslexieverklaring heb gekregen. Je zit bij de toetsen in een apart lokaal waar je meer rust hebt om te werken en te denken, plus je krijgt extra tijd. Ook is het bij de luistertoetsen makkelijker geworden. Je krijgt rustig de tijd om alle vragen door te lezen en ze daarbij ook goed te beantwoorden.”

Luc (15) – vmbo klas 3, kiest voor de theoretische leerweg
Als Luc geïnterviewd wordt, zit hij voor het vak Technologie achter de computer. Hij is gegevens van aandeelhouders in een Excel-bestand aan het zetten. “Hier heb ik geen moeite mee. De computer geeft zelf aan wanneer ik iets verkeerd typ.” Luc zit nu in klas 3 van het vmbo. Op deze school gaat het goed. “In groep vier van de basisschool ben ik blijven zitten. Het tweede jaar in die groep hebben ze me getest op van alles. Ik moest zelfs puzzels maken op tijd. Toen is het testbureau erachter gekomen dat ik dyslectisch ben. In groep zeven hebben ze me opnieuw getest om te kijken of er iets veranderd was.” De verklaring die Luc toen gekregen heeft, hebben zijn ouders op zijn huidige school ingeleverd. Docenten zijn geïnformeerd. “Ze houden er echt rekening mee als ik een D boven een toets zet. Bij Frans vorig jaar bijvoorbeeld kreeg ik een andere beoordeling. Dyslectische leerlingen hoeven dan niet te weten waar puntjes op woorden moeten staan. Dat is wel fijn.

Wat voor mij vooral lastig is, is het lezen van vragen bij toetsen. Ik moet een vraag soms drie keer lezen, voordat ik weet wat er bedoeld wordt. Vragen doe ik liever niet, dus ik lees een vraag net zo vaak tot ik hem zelf snap,” legt een tikkie eigenwijze Luc uit. Ook al zijn talen lastig, Luc heeft dit jaar Duits nog in zijn vakkenpakket gehouden. “Ik wilde eerst zeker weten of ik het niet nodig heb voor mijn vervolgopleiding. Ik weet nu dat ik Mediatechnologie wil gaan doen en daar heb ik het niet voor nodig. Waarschijnlijk laat ik het dan ook vallen. Ik volg liever vakken zoals wiskunde en geschiedenis. Dat is makkelijker.” Op school heeft Luc nu geen hulp meer. “Vorig jaar heb ik dat wel gehad, maar dat was soms heel lastig. Ik heb één keer per week hulp na schooltijd en soms legden ze daar dingen heel anders uit dan op school of ik was op allebei de plekken met hetzelfde bezig. Die hulp heb ik al heel lang en zij hebben ook contact met de mensen die me getest hebben, dus dat is fijn. Vaak maken we samen huiswerk en anders opdrachten uit hun werkboeken, zodat ik heel veel vragen kan oefenen. Ze leggen ook de grammatica van het Nederlands een keer extra uit. Ik denk dat ik deze hulp ook houd als ik naar het mbo ga. Dan zijn er vast weer nieuwe vakken die lastig zijn en dan kan ik extra uitleg goed gebruiken.”

Links en download

Download dit artikel [MS-Word 33 Kb ]
NVS-NVL
Meer artikelen NVS-NVL
© Kennisnet | Disclaimer | Over ons | Contact